next concert Schnitger organ

MAANDAG 15 JULI

20.00u

 

BIJZONDER CONCERT IN ZOMERSERIE VAN DE DER AA-KERK

 

In de maandagavondserie van de Der Aa-kerk vindt op 15 juli een bijzonder concert plaats. De Belgische organist Bart Wuilmus komt met Jo Hermans (jazz bugel) en de Schola Gregoriana Cantabo (Sint Pauluskerk Antwerpen) voor een spannend concert met onbegeleide gregoriaanse gezangen en verrassende orgelimprovisaties in diverse stijlen, met toevoeging van de flugelhorn.

In 2018 verscheen van deze musici een spraakmakende en in de pers zeer goed ontvangen cd,  ‘Mixture – The Night Sessions’.  Reden om dit ensemble uit te nodigen voor een live optreden in de sfeervolle Der Aa-kerk met haar heerlijke Schnitgerorgel. 

Het concert begint om 20.00u. 

 

MIXTURE - The Night Sessions

Bart Wuilmus: orgel
Jo Hermans: Jazz-Bugel
Schola Gregoriana Cantabo

  

Programma

Alleluia                                   [orgel - koor]  
Ave Maria                                [orgel - koor] 

Salve SanctaParens                  [orgel - koor]

Salve Regina                            [orgel - koor - bugel]
Ave maris stella                       [orgel - koor - bugel]
Kyrie XI                                   [orgel - koor - bugel]
Stabat Mater                           [orgel - koor - bugel]
Gaudeamus                             [koor]
Audi filia                                 [orgel - koor]
Signum magnum                      [orgel - koor]
Alleluia                                   [orgel - koor - bugel]

 

Improvisaties
Mixture, de titel van het programma, verwijst enerzijds naar het woord ‘mengeling’ en anderzijds naar de naam van het nagenoeg op elk orgel voorkomend orgelregister ‘mixtuur’. ‘The Night Sessions’ refereert naar de nachtelijke opnamesessies van onze CD-opname die telkens aanvingen in de late avond en eindigden in de vroege ochtend.
Het programma bevat voornamelijk traditionele elementen: eeuwenoude onbegeleide gregoriaanse gezangen en orgelimprovisaties in diverse stijlen. De toevoeging van de flugelhorn (bugel) tijdens een aantal improvisaties en gregoriaanse gezangen is een onverwacht en verrassend gegeven dat de titel ‘mixture’ geheel tot zijn recht doet komen. 
De verschillende gregoriaanse toonaarden of 'kerkmodi' vormen een niet opdrogende inspiratiebron voor vele orgelcomponisten en orgelimprovisatoren. Maar ook binnen de improvisatiecultuur van de jazzwereld worden deze kerkmodi frequent toegepast. Gregoriaanse thema’s en kerkmodi vormen in deze opname de natuurlijke schakel tussen het koor, de organist en de flugelhornist. Die laatste heeft naast een klassieke ook een jazzopleiding genoten.
De eerste drie orgelimprovisaties in 17 e-  en 18e-eeuwse stijl introduceren de aansluitende gregoriaanse gezangen.
Vanaf het Salve Regina tot op het einde van het programma worden o.a. solo-improvisaties in de 19 e-en 20e-eeuwse stijl uitgevoerd. Daarnaast omarmt een aantal improvisaties op flugelhorn zowel koor als orgel. De op flugelhorn uitgevoerde improvisaties hebben - in relatie met de gregoriaanse gezangen - een introducerende, alternerende of kleurende functie.
Om het programma enigszins overzichtelijk te houden en de luisteraar onbevooroordeeld te laten luisteren, werd er voor gekozen om geen concrete vormen en stijlen te vermelden bij de improvisaties. De gregoriaanse thema’s vormen de basis voor al de improvisaties met uitzondering van het openingswerk, een Ouverture in de 18e-eeuwse stijl. [Bart Wuilmus]

 

Gregoriaanse gezangen

Alle gregoriaanse gezangen op deze opname gaan over Maria. Ze bezingen de vrouw onder de vrouwen ­– mulier in mulieribus – in de meest dramatische momenten van haar leven. Van het kleine meisje dat ontluikt tot een huwbare dochter (Audi filia) over de zwangere vrouw (Ave Maria) en de moeder die rouwt om haar stervende kind (Stabat Mater) tot de oude vrouw die haar hemel heeft verdiend (Gaudeamus).
Het is een eerbetoon aan Maria, maar tegelijk een ode aan alle vrouwen die leven geven en beschermen, soms in barre omstandigheden en doorheen alle pijn.
Cantabo interpreteert de gregoriaanse muziek vanuit de triplex uitgave, een combinatie van kwadraatnotenschrift en twee neumennotaties, één uit de bibliotheek van Laon en de ander uit Sankt-Gallen. (Vóór het notenschrift werd ontwikkeld, tekenden de monniken figuurtjes of neumen boven de tekst om toonverschillen maar vooral ritme aan te geven). Op die manier trachten de zangers van Cantabo een historisch verantwoorde interpretatie neer te zetten waarin de tekst centraal staat, zonder afbreuk te doen aan de vloeiende melodielijnen en de homogeniteit. [Jan Pandelaers]

 

 

 

*****